ISO/IEC 15416: Kwaliteitsinspectie van 1D-streepjescodes
ISO/IEC 15416 is de internationale norm voor het meten en beoordelen van de afdrukkwaliteit van lineaire barcodes (1D-codes of streepjescodes). Deze norm definieert een gestandaardiseerde testprocedure waarmee onder andere het symboolcontrast, de modulatie, defecten en de decodeerbaarheid worden beoordeeld. Het doel is een objectieve en reproduceerbare beoordeling van de codekwaliteit.
De huidige versie is ISO/IEC 15416:2025.
Wat is ISO/IEC 15416?
ISO/IEC 15416:2025 beschrijft een procedure voor het beoordelen van de afdrukkwaliteit van lineaire barcodes. Hiervoor worden bepaalde eigenschappen van de code gemeten en beoordeeld. Uit de afzonderlijke meetresultaten kan een algemene beoordeling van de symboolkwaliteit worden afgeleid.
De gestandaardiseerde testprocedure helpt bij het opsporen van kwaliteitsafwijkingen en het identificeren van mogelijke oorzaken voor onvoldoende resultaten.
De norm wordt overal toegepast waar de kwaliteit van lineaire barcodes objectief en reproduceerbaar moet worden beoordeeld – bijvoorbeeld in de productie, logistiek, handel en kwaliteitsgarantie.
Voor welke barcodes geldt ISO/IEC 15416?
De ISO/IEC 15416-norm heeft betrekking op alle 1D-codes. Hiertoe behoren bijvoorbeeld veelgebruikte 1D-streepjescodes zoals:
- Code 128
- GS1-128
- EAN-13
- EAN-8
- UPC
- Code 39
- Interleaved 2 of 5
Voor tweedimensionale codes zoals datamatrixcode of QR code gelden andere controleprocedures. De afdrukkwaliteit van gedrukte 2D-matrix codes wordt bijvoorbeeld beoordeeld volgens ISO/IEC 15415.
Hoe wordt de kwaliteit van een barcode beoordeeld volgens ISO/IEC 15416?
Bij het testen volgens ISO/IEC 15416 worden de relevante kwaliteitsparameters van een 1D-streepjescode met behulp van meetapparatuur geregistreerd en beoordeeld. Uit de afzonderlijke meetresultaten wordt vervolgens een totale beoordeling van de symboolkwaliteit afgeleid.
Dit laat een objectieve en reproduceerbare uitspraak ontstaan over de kwaliteit van een barcode. Gebruikers kunnen zo niet alleen vaststellen of een bepaald kwaliteitsdoel is bereikt, maar ook analyseren welke kenmerken de kwaliteit van een code beperken.
Procedure en beoordelingscriteria
De norm ISO/IEC 15416 legt een gedefinieerde werkwijze vast voor het testen van de afdrukkwaliteit van lineaire barcodes. Hiervoor wordt de barcode op tien verschillende plaatsen getest. De scanlijnen worden daarbij zo gelijkmatig mogelijk over de hoogte van de barcode verdeeld.
Elk van deze tien metingen levert een zogenaamd scanreflectieprofiel op. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de in de norm vastgelegde kwaliteitsparameters. De laagste parameterwaarde bepaalt daarbij de beoordeling van het betreffende scanreflectieprofiel.
Voor elk scanreflectieprofiel wordt op basis hiervan een kwaliteitsgraad bepaald. De beoordeling loopt van 4,0 voor de beste kwaliteit tot 0,0 voor de slechtste kwaliteit. Om historische redenen kunnen aan deze numerieke kwaliteitsgraden bovendien letterklassen van A tot en met F worden toegewezen.
Uit de resultaten van de tien scanreflectieprofielen wordt vervolgens een gemiddelde berekend. Dit vormt de basis voor de totale symboolgraad volgens ISO/IEC 15416 en daarmee voor de samenvattende beoordeling van de barcodekwaliteit.
Meervoudige metingen en kwaliteitsniveaus
De afdrukkwaliteit van een barcode wordt volgens ISO/IEC 15416 numeriek beoordeeld. Bij de uit meerdere metingen afgeleide totale beoordeling kan de kwaliteitsgraad in stappen van 1/10 worden weergegeven:
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | ISO/IEC-klasse | ANSI-klasse | Betekenis | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | 3,5 tot 4,0 | ISO/IEC-klasse | 4 | ANSI-klasse | A | Betekenis | Heel goed |
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | 2,5 tot 3,4 | ISO/IEC-klasse | 3 | ANSI-klasse | B | Betekenis | Goed |
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | 1,5 tot 2,4 | ISO/IEC-klasse | 2 | ANSI-klasse | C | Betekenis | Bevredigend |
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | 0,5 tot 1,4 | ISO/IEC-klasse | 1 | ANSI-klasse | D | Betekenis | Voldoende |
| Kwaliteitsniveau op basis van meerdere metingen | 0,0 tot 0,4 | ISO/IEC-klasse | 0 | ANSI-klasse | F | Betekenis | Zakt |
De vereiste minimumkwaliteit hangt echter af van de betreffende toepassing en de te hanteren specificaties. Een goede beoordeling volgens ISO/IEC 15416 betekent daarom niet automatisch dat aan alle eisen van een concrete toepassing is voldaan. Daarnaast kunnen branche-, gebruikers- of symbologiespecificaties bepaalde minimumkwaliteiten of aanvullende eisen aan de barcode voorschrijven.
Welke kwaliteitsparameters worden bij 1D-streepjescodes beoordeeld?
Bij een normconforme barcodecontrole worden verschillende kenmerken van het scanreflectieprofiel onderzocht. Deze geven aan of de barcode betrouwbaar kan worden gedetecteerd en gedecodeerd en welke eigenschappen de kwaliteit ervan eventueel beperken.
-
Decodering
Bij de decodering wordt een controle uitgevoerd om te bepalen of de barcode aan de hand van het in de norm vastgelegde referentiedecoderingsalgoritme overeenkomstig zijn symbologie kan worden gedecodeerd. Hiermee wordt in eerste instantie vastgesteld of uit het gemeten scanreflectieprofiel een geldig barcodesymbool kan worden afgeleid.
-
Minimaal randcontrast
Het minimale randcontrast heeft betrekking op het verschil in reflectie bij de overgangen tussen een donkere balk en de aangrenzende lichte tussenruimte. Voldoende uitgesproken overgangen zijn een belangrijke voorwaarde om de afzonderlijke streep- en spatie-elementen betrouwbaar te kunnen herkennen.
-
Minimale reflectie
De minimale reflectie beschrijft de laagste gemeten reflectiewaarde binnen het scanprofiel. Deze is met name relevant voor de beoordeling van de donkere balken en draagt ertoe bij om vast te stellen of deze voldoende donker worden weergegeven.
-
Symboolcontrast
Het symboolcontrast print het verschil tussen de helderste en donkerste reflectiewaarden binnen de barcode – inclusief de rustzone. Een voldoende contrast tussen strepen en tussenruimtes is essentieel voor een betrouwbare herkenning door een leessysteem.
-
Modulatie
De modulatie zet de lokale contrastverhoudingen aan de afzonderlijke randen in relatie tot het totale symboolcontrast. Hierdoor wordt zichtbaar of afzonderlijke overgangen tussen strepen en tussenruimtes duidelijk zwakker zijn dan het totale beschikbare contrast.
-
Defecten
Defecten zijn lokale onregelmatigheden in het reflectiepatroon van de barcode. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ongewenste lichte plekken binnen donkere strepen of donkere plekken binnen lichte tussenruimtes. De sterkte van deze lokale reflectieafwijkingen wordt beoordeeld in verhouding tot het symboolcontrast. Grotere defecten kunnen de betrouwbare registratie van de barcode belemmeren.
-
Decodeerbaarheid
De decodeerbaarheid beschrijft hoe goed de gemeten afmetingen van de balken en tussenruimtes overeenkomen met de ideale afmetingen die voor de betreffende symbologie zijn voorgeschreven. Hiermee kan worden beoordeeld hoe groot de resterende toleranties zijn ten opzichte van de voor de decodering relevante grenswaarden.
-
Vrije zones
De vrije gebieden voor en achter de barcode worden rustzones genoemd. Ze scheiden het barcodesymbool van aangrenzende drukelementen en zijn belangrijk voor een betrouwbare herkenning.
Tijdens het testen wordt nagegaan of de vereiste rustzones aanwezig zijn en voldoen aan de afmetingen die voor de betreffende symbologie of toepassing zijn voorgeschreven.
Wat bepaalt de algehele kwaliteit?
De afzonderlijke parameters worden niet simpelweg samengevat tot een gemiddelde. Voor elk scanreflectieprofiel is de relevant parameter met de laagste beoordeling doorslaggevend. Een barcode met een zeer goed symboolcontrast kan daarom bijvoorbeeld toch een lagere scanreflectieprofielscore krijgen als defecten, modulatie of decodeerbaarheid slechter worden beoordeeld.
Pas daarna worden de resultaten van de scanreflectieprofielen, verdeeld over de hoogte van de barcode, samengevoegd tot een totale beoordeling van het symbool. Daardoor laat de test niet alleen de bereikte totale kwaliteit zien, maar ook welke parameter de kwaliteit van de barcode beperkt.
Waarom is testen volgens ISO/IEC 15416 belangrijk?
Een barcode kan door een enkele scanner worden gelezen en toch onvoldoende kwaliteitsreserves hebben. Een succesvolle lezing alleen levert daarom geen objectieve uitspraak op over de kwaliteit van een barcode.
Precies hier ligt het verschil tussen het eenvoudig scannen en het normconforme testen van een code.
Een testen volgens ISO/IEC 15416 maakt een gestandaardiseerde beoordeling van de barcode-kwaliteit mogelijk onder gedefinieerde meetomstandigheden. Hierdoor kunnen bedrijven kwaliteitsafwijkingen vroegtijdig herkennen, drukprocessen optimaliseren en de betrouwbare registratie van barcodes in productie- en logistieke processen ondersteunen.
Dit is met name relevant bij:
- controles bij goederenontvangst en -uitgifte
- Controles van drukprocessen
- Verpakkings- en etiketteringsprocessen
- Productie- en assemblagelijnen
- kwaliteitsgarantie
- Handel en logistiek
- Toepassingen voor traceerbaarheid
Barcodes lezen of barcodes verifiëren: wat is het verschil?
Een barcodescanner beantwoordt in de eerste plaats de vraag:
- Kan deze scanner de barcode lezen?
Een barcodecontroleapparaat dat aan de normen voldoet, beantwoordt daarentegen de verdere vraag: - Welke objectief meetbare kwaliteit heeft de barcode onder gedefinieerde testomstandigheden?
Voor een betrouwbare kwaliteitscontrole is het daarom niet voldoende om een barcode alleen met een in de handel verkrijgbare scanner te scannen.
Codecontrolesystemen registreren gedefinieerde kwaliteitsparameters en documenteren de resultaten volgens de toepasselijke normen en specificaties. Hierdoor kunnen meetresultaten worden gereproduceerd, vergeleken en gebruikt voor het optimaliseren van markeerprocessen.
Hoe kunnen 1D-streepjescodes volgens ISO/IEC 15416 worden gecontroleerd?
Voor een kwaliteitsbeoordeling volgens de normen worden speciale barcodecontroleapparaten of codecontrolesystemen gebruikt.
REA VERIFIER-codecontrolesystemen maken een objectieve en reproduceerbare beoordeling van 1D-streepjescodes volgens ISO/IEC 15416 mogelijk. Afhankelijk van de toepassing zijn er verschillende verificatiesystemen beschikbaar – van mobiele systemen voor goederenontvangst en kwaliteitsgarantie tot oplossingen voor productie- en drukprocessen.
Bij de keuze van het geschikte verificatiesysteem spelen onder andere het type code, de codegrootte, het oppervlak, de toepassing en de vereiste meetomstandigheden een rol.
De REA PC Scan/LD4 opvalt door uitgebreide functies voor het nauwkeurig meten en analyseren van barcodes, op basis van de ISO/IEC 15416-normen.
De REA Check ER biedt uitgebreide functies voor het analyseren van codes volgens de specificaties van ISO/IEC 15416.
De REA ScanCheck 3 is een universele, krachtige barcode verificatiesysteem op accu, gebaseerd op de ISO/IEC 15416-normen.
De REA VeriCube is een geavanceerd en modernbarcode verificatiesysteem voor matrixcodes en barcodes, dat in verschillende sectoren flexibel en veelzijdig kan worden ingezet.
De REA VeriMax is een verificatiesysteem dat speciaal is ontwikkeld voor naadloze integratie in productielijnen en dat zowel1D-streepjescodes als 2D-matrix codes controleert.
De REA VeriMax Mobile is een mobiel offline codecontrole-apparaat voor 1D- en 2D-codes. Dankzij zijn compacte formaat en de mogelijkheid om een tablet-pc rechtstreeks op het apparaat te bevestigen, kan hij overal worden gebruikt.
ISO/IEC 15416 en ISO/IEC 15415: wat is het verschil?
De twee normen hebben betrekking op verschillende soorten optische codes:
- ISO/IEC 15416:2025
Beoordeling van de kwaliteit van lineaire barcodes of 1D-codes. - ISO/IEC 15415:2024
Beoordeling van de afdrukkwaliteit van tweedimensionale matrixcodes, bijvoorbeeld datamatrixcode of QR code.
Welke testnorm moet worden toegepast, hangt daarom onder andere af van de gebruikte codesymbologie.
Veelgestelde vragen over ISO/IEC 15416
-
ISO/IEC 15416 is een internationale norm voor de metrologische beoordeling van de kwaliteit van lineaire barcodes. Deze norm beschrijft methoden voor het meten en beoordelen van verschillende kwaliteitskenmerken en maakt op basis daarvan een algehele beoordeling van de symboolkwaliteit mogelijk.